1.

Dank voor je bundel Bukshag. Om maar bij het omslag te beginnen. Wie is die man? Jules Deelder? Een verdwaalde Deen in een Hilversums Jazzcafé? En wat is bukshag?

Ken de man niet. Een reporter met een rookstaaf en een verhaal in zijn hoofd dat er uit moet. Hij is bijna klaar en neemt dan een glaasje en zet een plaat op van Art Pepper.
Bukshag is opraappeuknieuwepeuk.

2.

Staat hij, de man op het omslag, symbolisch wellicht een beetje voor jou? Rookstaaf en bukshag zijn woorden die een fascinatie voor de zelfkant van het leven doen vermoeden. Zijn dit ook thema’s in je werk?

De zelfkant daar hou ik zelf niet van, als mens, de zelfkant ondergaand. Die man op de omslag die heeft ook gewoon een schone onderbroek aan en zijn broek in een vouw. Uit de zelfkant komt zelden iets goed, – als Bukowski echt zo veel gezopen had, als iedereen denkt, had hij niet zoveel kunnen schrijven. Ik ben wel gefascineerd door de zelfkant, als reporter/dichter. Dat iemand iets kan worden, als muzikant of schrijver, ook al bijna iets is, misschien zelfs een goed boek heeft geschreven of een prachtig liedje, en dan toch niet de vaart erin kan houden, zijn leven niet binnen de lijntjes kan houden – dat is stuff voor schrijverij. Bij een thema denk ik altijd aan een theemuts. Ik ben meer een koffiedrinker.

3.

Je noemt Bukowski. Kun je me iets vertellen over je inspiratoren?

Fred Papenhove, Raymond Carver, Anne-Gine Goemans, Billy Collins, C.B. Vaandrager, John Fante, Herman Brood (de dichter), Joost Broere, Annie Proulx, Riekus Waskowsky, Lucas Hirsch, Charles Bukowski, Martin Bril, Bert Wagendorp, Herman de Coninck, Erik Jan Harmens, Willy Vlautin, Remco Campert, Joris van Casteren, Jack Kerouac, Tom Wolfe, Jim Dodge, Seymour Hersh, Gay Talese, Nick Tosches, Joost Zwagerman, Hélène Gelens, Kees ’t Hart, Armando, Jan Arends, Merijn Rengers, Nescio, A. L. Snijders, Elvis, Barney Wilen, Lee Morgan, Chet Baker, Art Pepper, Lee Konitz en Lucy, Wester en Flint.

4.

Niet de minsten! Ik had Tom Waits ook nog in het rijtje verwacht. Hij zocht de zelfkant van het leven op, om er mooi over te schrijven. In het katern Vermiste Denen vloeit de drank rijkelijk. Hoe doet een koffiedrinker dat?

Ik ben de zoon van een bierman die ook de zoon van een bierman was. Als kind wilde ik Arabier worden, toen ik nog niet wist wat een Arabier was, maar wel het woord bier in Arabier me aansprak.

5.

Schoorlbier? Nooit van gehoord. In Vermiste Denen is de ‘ik’ een Deen en niet een Arabier. Is hiermee een jongensdroom verloren gegaan of juist niet?

Ik ben niet bekend met het fenomeen Vermiste Arabieren. De Vermiste Deen heeft het veel moeilijker, wereldwijd. De Deen wordt niet erkend als vermist, en er wordt altijd maar gedaan dat de Deen wel weer op zijn pootjes terecht zal komen. Dat kan zomaar vies tegen vallen. Ik hoop dat mijn Vermiste Denen in het Deens kunnen worden vertaald, en hoop dat een Deen of een Deense vertaler dit leest, en zich geroepen voelt. Pak de Deense handschoen op!

6.

In het gedicht THUIS is een vermiste Deen, na een cafébezoek, toch gewoon weer veilig thuis? Wat is er aan de hand met die Denen?

Ze zijn overal, die Denen. Maar er komt ook een moment dat ze niet meer vermist zijn , dat ze gevonden zijn, opgeraapt en zich thuis wanen, of zelfs thuis zijn. Thuis is waar je bent als je niet vermist bent.

7.

Wat zocht je, op een pocket oorlogsgedichten na, in de Vlaamse velden?

Hang naar geschiedenis, samen met een van mijn beste vrienden, die het oeuvre van John Keegan kan dromen.

8.

Ik meen ook een vleugje cynisme te bespeuren (rolstoel in loopgraaf). De treurigheid (helaasheid?) der dingen aldaar?

Cynisme – ik hou meer van cyclisme. Op de fiets, de kop leeg malen, tegen de wind, om de wind mee te krijgen in de kop.

9.

Het is prachtig fietsen in Vlaanderen. Frommer komt er niet zo gemakkelijk van af in zijn zoektocht naar een clean exit. Wie is de vastgoedbaron Frommer en wat is het verschil met de reporter – dichter Schoorl?

Frommer is de lul, terwijl hij eerst een grote man was. Hij had alles en pleurde Nederland vol met lelijke hoge kutgebouwen. Opeens was hij een target, werd zijn ademhaling in de gaten gehouden, en zijn mentale ontlasting. Hij heeft zichzelf in stilte ondergescheten.
De reporter heeft het gereconstrueerd, de dichter zag het licht veranderen en hield zicht op het theezakje.

10.

Het was een genot je bundel te lezen. Laatste vraag: ben je gelukkig en zo ja waarom en zo nee waarom niet?

Jan. je bent een geweldige interviewer, en een groot Poëziekenner bovendien. Ik ga nu gelukkig naar het water en de ondergaande zon staren.