Gedicht van de week

Delphine Lecompte

By 7 oktober 2013 No Comments

Dames en heren, Delphine Lecompte!


Tand en geloof

In de stoel van de tandarts word ik graag gezien
Door de tandarts? Nee, natuurlijk niet
Zijn boor klinkt als een rouwende bijenkorf
De koningin is dood? Ja, dat zal de reden zijn
In de stoel van de tandarts denk ik aan God.

Sinds ik zijn medeklinkers kan schrijven ben ik kwader
De ‘G’ van grind en de ‘D’ van daver
Ik wil niet kwader zijn, ik wil niet leeglopen
De tandarts toont mij trots de buit
In zijn palm lijken mijn tanden op doodgeboren spitsmuizen.

Terug buiten verlies ik God uit het oog
In de duinen kwellen mijn fantoomtanden ons
Ze kwellen mij en ze kwellen de boeman
Die een vrolijk kind wil knippen, de pony
Van een kind zonder zorgen zonder daver op haar lijf.

Ik moet hier nog jaren met tanden rondlopen
Sinds ik melk kan spellen drink ik er evenveel
In mijn zakdoeken lijken mijn knikkers op giraffenogen
Mijn melktanden heb ik niet meegekregen
Misschien zal de tandarts ze gebruiken voor een of ander voodooritueel.

De boeman zegt: ‘Wat ben je nors vandaag!’
Het is waar
‘Het is niet waar.’
Ik streel zijn grijzende borstharen
Ook in die haren zit God verscholen, moet ik maar geloven.

Ik hou het niet vol, in de lagere haren verlies ik Hem
De ‘G’ van grijns en de ‘D’ van doof
De grijnslach van de boeman en de doofheid van God
Gisteren vroeg ik hem mijn tanden te sparen, gisteren nog.

- Delphine Lecompte