Gedicht van de week

Week 18 2017 | Mauricio Plat

Mauricio Plat (1995) schrijft al van jongs af aan verhalen. Op zijn vijftiende verloor hij zijn hart aan de poëzie. Dit had als gevolg dat hij in 2014 met de gedichtenbundel ‘niet alles is goud’ debuteerde. Inmiddels heeft Mauricio de overstap gemaakt naar spoken word en treedt hij regelmatig op. Wij vroegen dit jonge talent om een gedicht over vrouwen te schrijven. Dit resulteerde in een heuse ode. Dames en heren: Voetbalscheidsrechter en –schrijftalent: Mauricio Plat!

Ode aan haar!

Ik schrijf vandaag nog even een ode aan haar. De langspeelplaat speelt trage gospelachtige deuntjes af, galmend in een kamer waarin alle sfeer ontbreekt en ik met mijn handen de typemachine ritmisch bewerk, stop zo nu en dan om het gerafelde papier met grof geweld eruit te trekken en neer te smijten op de berg, waar ik mijn hoop van de vorige versies op had gebaseerd. Ik inhaleer zwaar en druk mijn sigaret tergend langzaam uit in een kapotte koffiemok waarin de koffiedik een groen laagje begint te ontwikkelen. Ik, verlangend naar een versie van mij die verloren is in het vuur van het verleden. Ik weiger het om het op te geven. Ik wrijf de slaap uit mijn ogen. Klaas Vaak is mij waarschijnlijk vergeten. Ik heb geen besef van dag of nacht, de vraag hoe lang ik hier al zit komt niet in mij op. Mijn ingevallen jukbeenderen verraden genoeg wanneer ik vluchtig een blik werp in de gescheurde spiegel. Mijn drie daags baardje ziet er verwaarloosd uit, morgen of die morgen daarna ga ik er iets aan doen beloof ik mijzelf stilletjes, eerst moest dit. Was het nou een droom dat ik jou gisteren in mijn armen sloot? Je rook hetzelfde als toen, de geur van jouw aroma prikt nog na in mijn neus, je haren liggen nog zo sierlijk op mijn bank als bij jou eerste binnenkomst. In mijn huis wordt het donker geflankeerd met een flikkerend bureaulampje. Ik breng nieuw papier in, controleer de inkt en zet mijzelf opnieuw aan tot ritmische vingerslagen.
Lieve jij, ik hoop als jij dit leest dat jij mij begrijpt. Lieve jij, ik voel nog steeds de pijn van jouw gemis. Jij bent de reden dat ik schreef. Ik volgde de lijnen en de vormen, bouwde een tempel voor je waarin ik je aanbid en bewonder. Jouw schoonheid is simpel maar prachtig tegelijkertijd. Sterren zijn bij lange na niet zo prachtig als de verschijning van jouw persoonlijkheid. Jij geeft schoonheid een nieuwe dimensie. Lieve jij, ik hoop dat wanneer jij luistert jij mij hoort in de lente druppels die vallen op de dakpannen. Dat jij mij ruikt in het net gemaaide gras van een zomeravond, dat jij mij voelt in de wind van de herfst terwijl jouw haar heen en weer wiegt. Dat jij mij ontdekt tussen de verschillende soorten sneeuwvlokken van de winter. Met heel mijn hart wil ik mij aan jou toewijden. Ik wil jouw veilige burcht zijn tijdens stormachtige dagen. Jouw Romeo en superman tegelijkertijd.

Daar ga ik opnieuw in de fout. Ik als simpele man zou dit nooit onder woorden kunnen brengen als onze aangezichten met elkaar zouden kruisen. Toch knaagt het diep van binnen, chaos in mijn brein. Want het is geweest, mijn kansen laten varen, ik vecht te laat voor iets wat ik lief heb, het lijkt zo simpel maar ik mis iets. Alles gaat door een maalmolen, wordt gedreven door onwetendheid. Teken het nog even voorzichtig uit, hoe ik jou herinner. Ik verroer mij niet en breng het beeld voor ogen. Jouw lach maakte alle winterse dagen dragelijk en ik weet genoeg. Pak een nieuw papiertje en steek een nieuwe sigaret aan. Vandaag schrijf ik een ode aan haar.