Gedicht van de week

Week 19 2017 | Myron Hamming

Myron Hamming (1994) is trainer bij i-Skate en bewegingsgoog bij ZINN (thuis)zorg. Hij publiceerde (nog) niet eerder. Sinds een jaar treedt hij echter regelmatig op en dat heeft effect. Wij kwamen hem op het spoor via posters en dichter Richard Nobbe. Dames en heren, deze week presenteren wij u met trots: Talent in de dop Myron Hamming!

Stel je dit eens voor. Een vrouw. En een man. Samen. Zij werkt 40 uur in de week en hij net ietsje meer dan dat. Leeftijden komen in de buurt van het aantal uren die ze week in, week uit, doormaken in volgepropte kantoorruimtes. Ze wonen in een vrijstaand, met alles erop en eraan, met meer dan genoeg ruimte voor de luxe vierwielers en hebben een fantastisch uitzicht over het water. Hier zouden ze iedere ochtend samen van moeten genieten. Maar boven alles, zijn ze in het bezit van een huwelijk waar het een en ander over te zeggen valt, vindt zij.

Het is maandagmorgen… 7 uur en de twee worden gewekt door één wekker. Door haar met één klap uitgeslagen, dekbed van het nog warme lichaam en ze keert hem snel de rug toe, schaars gekleed zijn blijft spannend, met name op dit tijdstip. Haar voeten worden langzaam maar zeker warm op haar weg naar koffie. Ze drinkt deze zwart op moeizame dagen, steeds weer vers gezet, maar door hem koud achter gelaten. Broodjes worden ook vers afgebakken, maar door hem hard achtergelaten. Nee, er is geen samen aan de ontbijttafel.

Geen ‘fijne dag schat ik zie je vanavond aan tafel’. Maar alleen de doffe klap van het dichtslaan van voordeur, waarvan zijn denkt, maar niet zegt ‘moet dat nou zo hard? Ze gooit het laatste beetje van haar donkere drankje achter in haar keel, grijpt het oortje stevig vast met de vuist die door de jaren heen meer dan dagelijks gebald is en zet de mok met licht onderdrukte frustratie neer, de tafel werd vanochtend niet opgeruimd.

Dit is 6 uur ’s avonds, hun dag voorbij en met een kant en klare avondmaaltijd op schoot. Op de bank voor de TV, geen interesse, geen aanraking, geen daden die zij beide op het altaar hebben beloofd. Er is stilte tijdens het avondeten. De dagen samen doornemen is iets van de maanden na de huwelijksreis. Ergens ver weg van hun nieuwe eettafel die grenst aan hun gloednieuwe designkeuken. Zo’n strakke witte weet je wel, voorzien van alle gemakken.

Dus nee, er is geen sprake van samen de afwas doen. Nee, dit is iets van jaren terug, in die zogenaamd ongelukkige tijden door minder gelden, maar nog steeds, samen. Het nieuwe samen inmiddels geherdefinieerd door hun nieuwe leven. Het is anders nu. Want zelfs in de ochtend hun liefde bedrijven met de nog dichte gordijnen komt niet meer op in één van beide. Deze mooie, pure, warme onder de dekens afspelende momenten hebben plaats moeten maken voor zekerheid. En carrière, en geld. Ze hebben zo veel van alles, maar zijn nog lang niet tevreden, laat staan gelukkig.

Dit is, dicht tegen middernacht, nog 1 rondje door het huis. Haar blote voeten op de trap naar beneden, langs de muur bedekt met perfecte familiefoto’s. Ze ziet ongeopende brieven op de eettafel zonder stoelen aangeschoven. Paars gekleurde wijnglazen in de gootsteen, maar ze kan niet herinneren dat ze wijn heeft gedronken. De vrouw loopt inmiddels rond in eigen huis alsof ze op bezoek. Niets voelt van haar terwijl ze het zelf gekocht heeft. Dit is niet mijn thuis! Dacht de vrouw luidkeels. Ik herken de muren, het licht in de keuken, de kamer, ik zal niet tegen je liegen. Hier woonde ik, maar geloof me alsjeblieft wanneer ik zeg, dit is nooit mijn thuis geweest.
Dit is, de laatste ochtend. Ze wordt wakker met zo veel onrust in haar hoofd en lichaam dat haar dagen beginnen met druk op de borst. Een benauwend gevoel van verdrongen onuitgesproken behoeftes, hangend aan haar man, ze wil zo graag dat hij eens naar haar kijkt, en staart en voor de eerste keer in jaren zijn vrouw ziet. Zij kijkt wel naar hem, maar ze weet dat hij nooit eens…
Dit is, de laatste ochtend. Ze wordt wakker met zo veel onrust in haar hoofd en lichaam dat haar dagen beginnen met druk op de borst. Een benauwend gevoel van verdrongen onuitgesproken behoeftes, hangend aan haar man, ze wil zo graag dat hij eens naar haar kijkt, en staart en voor de eerste keer in jaren zijn vrouw ziet. Zij kijkt wel naar hem, maar ze weet dat hij nooit eens…

Het knaagt aan haar, het knaagt aan haar bij het wakker worden. Zo erg, ze durft niet eens meer naar links te kijken om te zien hoe hij wakker wordt. Thuis in de ochtend, middag, avond, het zou nooit zo spannend mogen zijn om bij je man in bed te liggen, denkt ze, toch? Twijfelt ze.

Dit speelde allemaal in haar hoofd toen ze in bed lag, vlak voor ze in slaap viel, wetende dat hij net iets verder van haar vandaan ligt dan ze eigenlijk zou willen, maar nooit zal zeggen. Er gebeurde iets naast hem, maar hij, hij had niets door. Vier licht geslapen uurtjes later , dronk zij haar koffie wederom zwart en hij vergat te ontbijten. Hij was ook net iets eerder de deur uit dan hij normaal was. En zij, bleef net iets langer zitten. Het scheelde niet veel, of ze kwam te laat op werk.