Gedicht van de week

Week 25 2017 | Runa Svetlikova

Runa Svetlikova (1982) debuteerde in 2014 met Deze zachte witte kamer (Uitgeverij Marmer) en won meteen de Herman De Coninck debuutprijs (2015), de Jo Peters poëzieprijs (2016) en de internationale Bridges of Struga debuutprijs (2016). Ze publiceerde in 2017 de bibliofiele bundel Twaalf tips om de hond en je demonen aan de lijn te houden en schrijft nu aan wat misschien een vierluik wordt, werktitel Pleidooi voor zwaartekracht. Meer over haar en haar werk vind je op svetlikova.be.

Waarin wij tergend traag verdrinken

De stier heeft een ziel waarin ik eindeloos traag verdrink, zoals
toen ik in het zwembad viel omdat mijn voetjes in het water wilden
dichter dichtst er in en ik, net onder, spartelende handen en de lucht
kon zien het laddertje dode beesten die bij de treden dreven

ik vroeg me af wat ze daar deden. Of toen ik met een vader
en een moeder in de blauwste baai op het mooiste eiland zwom
de stroming ons aan stukken rukte ik natuurlijk zonder zwemband om
of toen ik, ouder, domweg van de rotsen sprong mijn rug het water
raakte als beton en ik sinds het begin der tijden zonk een leven lang
de bodem zag het groen van zee en boven mij rollende golven
ik wist alleen nog dat ik iets vergeten was zwemmen dus

dat ik dat kon. Ik lig in bad, mijn linkerborst een kloppend
eiland en ik weet ik moet het water uit: een licht gevoel
van eindigheid, wat spijt.

(Uit: Pleidooi voor zwaartekracht III)