Gedicht van de week

Week 31 207 | Delphine Lecompte

By 7 augustus 2017 No Comments

In september verschijnt Western, de nieuwe bundel van Delphine Lecompte.
Hieronder een voorpublicatie:

Rupsbanden en woestijnmonsters

Ik loop rond met een koffer vol verzadigde zwachtels
Een naargeestige scheephersteller loopt naast me
Hij heeft sproeten en hij vereert de heilige Barbara
Ik heb jeuk aan mijn ellebogen, maar ik zwijg erover
De lucht is grijs, ook daar zwijg ik over.

We passeren een in de steek gelaten rupsbandenfabriek
De naargeestige scheephersteller zegt: ‘Mijn vader heeft hier
Vijfendertig jaar gewerkt. Zijn lievelingscollega was Rachid,
Een Marokkaanse degenslikker. Na de dood van Rachid
Is mijn vader gewelddadig geworden, vooral ik was kop van Jut, of hoe zeg je dat?!’

We betreden een helverlicht wokrestaurant
Ik zeg: ‘Mijn moeder heeft hier vierentwintig dagen geleden
Een huichelachtige kapelaan een voetje gelicht, dat is alles.’
De naargeestige scheephersteller gniffelt een beetje
We eten scampi’s die op misvormde knaagdierembryo’s lijken.

Mijn lievelingsknaagdier is de woestijnrat
Alles met het voorvoegsel woestijn is goed
Ik was eens in de woestijn, ik zong een liedje, ik werd gehoord,
Ik vroeg om water, ik kreeg water, ik vermoordde een televisiepriester,
Ik reanimeerde een imker, ik hallucineerde, ik keerde terug.

We eten rijst, als ik rijst eet moet ik altijd denken aan Ronald Reagan
Ronald Reagan was eens in de woestijn, maar ik weet niet waarom
Ronald Reagan had een stalker, ik ook
Als ik aan dode presidenten denk vergeet ik de jeuk aan mijn ellebogen
Omdat ik zeg dat ik jarig ben krijg ik van het wokrestaurant een fles lycheelikeur.

Om vijf voor middernacht drink ik de fles lycheelikeur op
De naargeestige scheephersteller is allang vertrokken
Ik denk aan zijn gewelddadige vader, ik denk aan Rachid
Ik denk aan de jonge Jezus, ik denk aan jarig zijn, ik denk aan woestijnmonsters.