Gedicht van de week

Week 34 2017 | Daniel Dee

By 21 augustus 2017 No Comments

In 2015 overleed Rogi Wieg. Kort daarna verscheen In de kring van menselijke warmte, een hommage aan Rogi Wieg.
Hieronder de bijdrage van Daniel Dee.

Depressie, maak daar maar major van
Voor Rogi Wieg

nna zei de psycholoog wat staat voor niet nader aangeduid
moet ik het dan zelf karakteriseren
ik had een stemmingsstoornis met zware neerslachtigheid als kenmerk joh
niet meer boem giga mega normaal
bokito haram met zijn supersonische stagnatiekrachten
ging met een plof op me zitten
dus zeg maar zwaai zwaai bye bye met je slappe handje naar het zonlicht
hij perste alle levenslust uit mijn lijf
met een eruptie van overbodigheid tot gevolg
en in die giftige ondoordringbare walm
hoorde ik vaag in de verte kinderen roepen
zullen we weer eens een chocoladetaart maken we vinden je zo lief

in bed blijven liggen meewiegen op een zee van kalmte
was er niet bij opstaan was evenmin een optie
de alarmbellen met hun felle zwaailichten en venijnige sirenes
vierden een demonische variant op carnaval met verplichte polonaise

die blèrende schimmen zijn me nader dan mijn geliefden van vlees en bloed
al zeg ik nog zo stellig dat ze niet echt bestaan

schimmen van alarmbellen in het hoofd een gorilla op de bast
en dan moet de dag nog beginnen het moet niet gekker worden

ach gek is gek gek gek jij zegt het ted neukte sylvia dat is pas gek

(dit was een poging om mijn staat van zijn te verluchtigen te relativeren
uit angst om nog verder in een sociaal isolement te geraken vermoed ik

bokito haram bestaat niet echt maar de terreur van een depressie wel
schaam je niet en zoek hulp bijvoorbeeld bij de ggz en hoop op het beste

laat voor de zekerheid nabestaanden weten dat zelfdoding geen
doodsverlangen is maar de onmogelijkheid om voort te bestaan
wanneer het bestaan een brandende wolkenkrabber is
is springen soms de enige oplossing)

ik was een platgetrapt filter van een sigaret
de terneerdrukkende kanker had reeds zijn werk gedaan
ik kon geen antwoord geven

de langste dag is alweer geweest
maar het gaat – op en af – een soort van goed met me
ik doe zelfs een beetje aan lichaamsbeweging

maar ik dorst niet meer
zo’n lichtontberende winter in