Gedicht van de week

Week 46 | Aschwin van den Abeele

By 13 november 2018 No Comments

Aschwin van den Abeele (1971) schrijft en tekent van jongs af aan. Onlangs besloot hij met zijn werk naar buiten te treden. De drempel is bedwongen. Dames en heren: het woord is deze week aan Aschwin!


Dan later

Geen tak die sprak van de jacht op sporen.
Enkel geuren en het geruis van bries
langs stam en blad. Over de alles ziende blik
van bossen gehad die zouden kunnen vruchten,
waaien, heersen, maar altijd enkel zuchten en zwijgen.
Laf hoe ze ons daar lieten gaan.

Ontdekten dat naast het werkelijke enkel onverwoordbaar
de waarheid bestaat. Waar we vol ongeduld schreven
om te schrijven en elkaar in woorden nooit te vergeten.
De tijd die typten we zelf wel, nooit terug.

Wilden we dan maar schilders worden, zo lachten we,
alles zonder woorden. Want ja, in stilte stormt het altijd
harder. We leefden in dagen waarin het altijd avond was
en schemer het hoogst haalbare bleek in alles
wat werd bedacht. Al bij aanvang bleek geen enkel doek
door wit geschikt.

Wat overblijft van bos is schrift, dan inkt, dan later
en het leven zelf dat onsterfelijk blijkt.